Gedragsproblematiek

Ieder kind vertoont wel eens lastig gedrag. Zodra er sprake is van regelmatig ongewenst gedrag dat storend is voor de omgeving, spreken we van een gedragsprobleem. Probleemgedrag kun je opsplitsen in twee verschijningsvormen, namelijk externaliserend gedrag en internaliserend gedrag.

Externaliserend gedrag is storend voor de ander en zijn of haar omgeving en is naar buiten gericht. Voorbeelden van gedragsproblemen zijn driftbuien en woedeaanvallen bij jonge kinderen, agressief gedrag, pesten en delinquent gedrag. Internaliserend gedrag is gedrag waar hij of zij in stilte onder lijdt. Het gedrag is op de persoon zelf gericht.

Er zijn diverse cijfers beschikbaar over gedragsproblemen en -stoornissen bij kinderen en jongeren. Een greep eruit:

  • 3 tot 9 procent van de ouders van kinderen van 0 tot 12 jaar zegt dat hun kind gedragsproblemen heeft.
  • Ouders van 3-jarige jongens zien vaakst gedragsproblemen.
  • Circa 13 procent van de scholieren van 11 tot 17 jaar heeft gedragsproblemen.
  • Jongens hebben vaker gedragsproblemen dan meisjes.
  • Onder jongeren van 13 tot 18 jaar leidt 5,6 procent aan een antisociale gedragsstoornis (cd) en 0,7 procent aan een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (odd).
    Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Door sport leren kinderen om te gaan met anderen, zelfvertrouwen op te bouwen, afspraken na te komen en gezag te aanvaarden. Dat geldt ook voor kinderen met zogeheten gedragsproblemen. Deze kinderen hebben meer moeite om in het sociale verkeer te functioneren dan kinderen zonder dergelijke problemen. Mede hierdoor participeren kinderen met gedragsproblemen minder in sport dan kinderen zonder gedragsproblemen.

Om de sportdeelname succesvol te laten zijn zal het sportaanbod qua inhoud, begeleiding en kenmerken moeten aansluiten bij de problematiek van deze groep jongeren. De inzet van goed opgeleide coaches die in staat zijn om een positief sportklimaat te scheppen is daarbij van groot belang.

Goed georganiseerde en begeleide sport kan leiden tot verbeterde relaties met leeftijdsgenoten, vergrote zelfwaardering en verbeterde sociale vaardigheden. Bij het sporten leren de jongeren bijvoorbeeld afspraken na te komen en gezag te aanvaarden. De coach of begeleider speelt hierin een belangrijke rol. 
Bron: Centrum voor Criminaliteitsinterventie en Veiligheid

Op de website van Uniek Sporten kun je vinden welke sporten je met gedragsproblematiek in de buurt kunt doen.

De Academie voor Sportkader verzorgt een (bij)scholing voor trainers/coaches die sporters met gedragsproblematiek hebben. Als trainer-coach van sporters met gedragsproblematiek is het belangrijk om bewust te zijn van je eigen rol en de uitingen van je eigen gedrag. Het kunnen reflecteren op je eigen handelen is met deze doelgroep belangrijker dan probleemgedrag bij de sporter herkennen. Dat is niet bepaald eenvoudig, want kritisch zijn op je eigen houding en trainingsvoorbereiding vereist durf en specifieke vaardigheden. Bij de Academie voor Sportkader leer je dat jij als trainer-coach veel invloed hebt op het sturen of ombuigen van probleemgedrag bij sporters. Kijk voor meer informatie over de (bij)scholing op de website van de Academie voor Sportkader.
  • noc nsf
  • Team NL
  • Nederlandse Loterij
  • KF Hein Fonds
  • Fundatie van Santheuvel Sobbe
  • ANBI